Dopingreglement

Begripsbepalingen

Artikel 1

1. a. Naam bond: Algemene Nederlandse Sjoelbond.
b. Naam orgaan: het bondsbestuur van de Algemene Nederlandse Sjoelbond, zoals genoemd in artikel 2 lid 2 van de statuten.
c. Dopingcontrolecommissie: de commissie die met de uitvoering van de in dit dopingreglement neergelegde bepalingen, in de meest ruime zin van het woord, is belast. Onder haar werkzaamheden valt niet de daadwerkelijke uitvoering van de dopingcontrole, welke uitvoering aan de dopingcontrole-uitvoerende organisatie is. Deze commissie wordt benoemd door het bondsbestuur en legt uitsluitend aan het bondsbestuur verantwoording af over haar handelen.
2. a. Betrokken sjoeler/sjoelster: de sjoeler/sjoelster die, conform dit reglement, voor de dopingcontrole is aangewezen.
b. Begeleid(st)er: iedere door de betrokken sjoeler/sjoelster aangewezen persoon die hem/haar, zowel in als buiten wedstrijdverband, bij de afnameprocedure vergezelt.
c. Dopingcontrolelaboratorium: een door de dopingcontrole-uitvoerende organisatie aangewezen laboratorium belast met de uitvoering van het onderzoek van de urinemonsters.
d. Dopingcontroleofficial: een door de dopingcontrole-uitvoerende organisatie benoemde functionaris belast met de uitvoering van de dopingcontrole.
e. Dopingcontrolestation: een adequate ruimte ten behoeve van de uitvoering van de in dit reglement nader te noemen onderdelen van de dopingcontrole.

Verboden en verplichtingen

Artikel 2

1. Het is sjoelers/sjoelsters verboden doping te gebruiken.
2. Sjoelers/sjoelsters en verenigingen en/of clubs zijn verplicht volledig, tijdig en ook overigens naar behoren hun medewerking aan de dopingcontrole te verlenen. Zij dienen de aanwijzingen van de dopingcontroleofficial op te volgen. Overtreding van deze bepaling kan leiden tot oplegging van tuchtrechtelijke sancties.
3. Een sjoeler/sjoelster wordt geacht doping te hebben gebruikt indien:
– na de dopingcontrole in de urine van de sjoeler/sjoelster (afbraakproducten van) verboden dopinggeduide stoffen worden aangetroffen, dan wel
– een sjoeler/sjoelster gebruik maakt van, dan wel voordeel heeft van de toepassing van een verboden dopinggeduide methode, dan wel
– daarvan op welke andere wijze dan ook is gebleken.
4. Onder een verboden dopinggeduide stof en/of methode wordt verstaan die (afbraakproducten van) stoffen en/of methoden die in een bij dit reglement behorende lijst van verboden farmacologische groepen van stoffen en methoden worden vermeld. Deze bijlage maakt onderdeel uit van dit reglement.
5. Het is verboden sjoelers/sjoelsters aan te zetten tot dan wel, op welke wijze dan ook, door handelen of nalaten, behulpzaam te zijn bij het gebruik van doping alsmede het niet nakomen van de verplichtingen als genoemd in lid 2. Overtreding van deze bepaling kan leiden tot oplegging van tuchtrechtelijke sancties.

De dopingcontrole

Artikel 3

1. Iedere sjoeler/sjoelster kan na afloop van een onder verantwoordelijkheid van de Algemene Nederlandse Sjoelbond georganiseerde wedstrijd op het gebruik van doping worden gecontroleerd.
2. Iedere dopingcontrole vindt plaats op een bij dit reglement vastgestelde wijze.

Dopingcontroleofficials

Artikel 4

1. De dopingcontrole-uitvoerende organisatie benoemt ten behoeve van de uitvoering van dit reglement dopingcontroleofficials.
2. Dopingcontroleofficials dienen zich op verzoek van de betrokken sjoeler/sjoelster te legitimeren door middel van een daartoe namens de dopingcontrole-uitvoerende organisatie verstrekt legitimatiebewijs.

Aanwijzing dopingcontroles

Artikel 5

1. Dopingcontroles kunnen met betrekking tot elke onder verantwoordelijkheid van de Algemene Nederlandse Sjoelbond georganiseerde wedstrijd worden uitgevoerd.
2. De wedstrijden waarbij op het gebruik van doping wordt gecontroleerd, worden jaarlijks door het bondsbestuur vastgesteld

Aanwijzing sjoelers/sjoelsters

Artikel 6

1. Tijdens de voor de dopingcontrole aangewezen wedstrijd worden door middel van gerandomiseerde loting sjoelers/sjoelsters aangewezen voor de dopingcontrole. Het aanwijzen van sjoelers/sjoelsters voor de dopingcontrole op naam, alsmede op grond van uiterlijk, gedrag en welke andere vorm van discriminatie dan ook, is niet toegestaan.
2. In beginsel wordt de sjoeler/sjoelster die een door de Algemene Nederlandse Sjoelbond te erkennen record heeft gevestigd voor dopingcontrole aangewezen.
3. De loting vindt op de navolgende wijze plaats:
a. De dopingcontroleofficial plaatst loten, refererend aan de sporters die aan de wedstrijd deelnemen, in een ondoorzichtig object.
b. De dopingcontroleofficial trekt hieruit eenzelfde aantal loten als het aantal sporters dat gecontroleerd zal worden. De vaststelling van dit aantal kan variëren per controle.
4. De dopingcontroleofficial stelt, na afloop van de loting, de betrokken sporters van het resultaat van deze loting op de hoogte en van het feit dat deze spelers/speelsters zich direct na afloop van de wedstrijd bij de dopingcontroleofficial dienen te melden.

Oproep voor de dopingcontrole

Artikel 7

1. Onmiddellijk na afloop van de wedstrijd ontvangt de betrokken sjoeler/sjoelster van de dopingcontroleofficial de schriftelijke aanwijzing tot dopingcontrole.
2. De betrokken sjoeler/sjoelster dient de aanwijzing tot dopingcontrole te ondertekenen en zich zo spoedig mogelijk, in ieder geval niet later dan 30 minuten na afloop van de wedstrijd, naar het dopingcontrolestation te begeven.
3. Indien de betrokken sjoeler/sjoelster weigert, dan wel anderszins in gebreke blijft de aanwijzing tot dopingcontrole te ondertekenen, noteert de dopingcontroleofficial dit op de aanwijzing tot dopingcontrole en stelt een rapportage op. Het op deze manier in gebreke blijven door de betrokken sjoeler/sjoelster kan leiden tot oplegging van tuchtrechtelijke sancties.
4. Met de in lid 3 van dit artikel genoemde notitie en rapportage komt een einde aan de dopingcontrole als vastgesteld in dit reglement.
5. De betrokken sjoeler/sjoelster ontvangt na ondertekening van de schriftelijke aanwijzing tot dopingcontrole een kopie van deze aanwijzing.
6. Indien de betrokken sjoeler/sjoelster niet ter dopingcontrole verschijnt, noteert de
dopingcontroleofficial dit op het dopingcontroleformulier en stelt een rapportage op. Met deze notitie en rapportage komt een einde aan de dopingcontrole als vastgesteld in dit reglement. Niet verschijning door de betrokken sjoeler/sjoelster kan leiden tot oplegging van tuchtrechtelijke sancties.
7. De betrokken sjoeler/sjoelster mag zich bij de afnameprocedure laten vergezellen door een begeleid(st)er.

Het dopingcontrolestation

Artikel 8

1. De vereniging en/of club is verantwoordelijk voor het ter beschikking stellen van het dopingcontrolestation.
2. In het dopingcontrolestation mogen uitsluitend de volgende personen aanwezig zijn:
– de dopingcontroleofficial;
– een assistent(e) van de dopingcontroleofficial;
– de betrokken sjoeler/sjoelster;
– de in artikel 7 lid 7 genoemde begeleid(st)er en/of een tolk.

De afname van de urinemonsters

Artikel 9

1. In het dopingcontrolestation dient de betrokken sjoeler/sjoelster uit een verzameling voorverpakte dopingcontrolematerialen een opvangbeker en twee flesjes met bijbehorende afsluitdoppen te kiezen.
2. Onder direct toezicht van de dopingcontroleofficial dient de betrokken sjoeler/sjoelster minimaal 75 ml urine te produceren en dit in de daartoe bestemde beker op te vangen.
3. Indien de betrokken sjoeler/sjoelster weigert een urinemonster te produceren, of anderszins in gebreke blijft, noteert de dopingcontroleofficial dit op het dopingcontroleformulier en stelt een rapportage op. Met deze notitie en rapportage komt een einde aan de dopingcontrole als vastgesteld in dit reglement. Het op deze manier in gebreke blijven door de betrokken sjoeler/sjoelster kan leiden tot oplegging van tuchtrechtelijke sancties.
4. a.. Indien de betrokken sjoeler/sjoelster niet in staat blijkt tenminste 75 ml urine te produceren, wordt de reeds opgevangen urine tijdelijk bewaard op een wijze die de integriteit van het urinemonster waarborgt. De betrokken sjoeler/sjoelster wordt nadien in staat gesteld aan de verplichting, als bedoeld in lid 2, te voldoen door zijn reeds geproduceerde urine tot de vereiste minimale hoeveelheid van 75 ml aan te vullen.
b. Totdat de betrokken sjoeler/sjoelster aan zijn verplichting als genoemd in lid 2 heeft voldaan, dient hij in het dopingcontrolestation te blijven.
5. Zodra de betrokken sjoeler/sjoelster aan zijn verplichting, zoals genoemd in lid 2, heeft voldaan, verdeelt de dopingcontroleofficial in aanwezigheid van de betrokken sjoeler/sjoelster het bewuste urinemonster zodanig over de beide door de betrokken sjoeler/sjoelster uitgekozen flesjes dat een geringe resthoeveelheid urine in de opvangbeker over blijft. Hierbij wordt twee derden van het urinemonster in het met de letter “A” gemarkeerde flesje gegoten, hierna te noemen het A-monster en een derde in het met de letter “B” gemarkeerde flesje, hierna te noemen het B-monster.
6. In aanwezigheid van de betrokken sjoeler/sjoelster sluit de dopingcontroleofficial de betreffende flesjes af en verzegelt hij deze dan wel de voor de beide flesjes bestemde verpakking. Hij stelt de betrokken sjoeler/sjoelster desgewenst in de gelegenheid vast te kunnen stellen dat de betreffende flesjes afgesloten zijn en verzegeling heeft plaatsgevonden.
7. In aanwezigheid van de betrokken sjoeler/sjoelster gebruikt de dopingcontroleofficial de resthoeveelheid urine in de opvangbeker om de zuurgraad (pH) en de soortelijke dichtheid van de afgestane urine te bepalen. Indien de zuurgraad van de afgegeven urine een waarde kent die lager dan 5 of hoger dan 7 ligt en/of een soortelijke dichtheid kent die kleiner is dan 1.010, mag de dopingcontroleofficial de betrokken sjoeler/sjoelster, conform het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel, om een tweede urinemonster vragen.
8. De betrokken sjoeler/sjoelster en de dopingcontroleofficial bevestigen door ondertekening van het dopingcontroleformulier dat de dopingcontrole in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement is uitgevoerd en geen onregelmatigheden hebben plaatsgevonden. Indien de betrokken sjoeler/sjoelster en/of diens begeleid(st)er van oordeel zijn dat er onregelmatigheden hebben plaats gevonden tijdens de dopingcontrole, dienen zij dit gemotiveerd op het dopingcontroleformulier te vermelden. De betrokken sjoeler/sjoelster dient ook in het laatste geval het dopingcontroleformulier te ondertekenen.
9. Na ondertekening van het dopingcontroleformulier door de betrokken sjoeler/sjoelster, ontvangt deze een kopie van het dopingcontroleformulier waarmee een einde komt aan de dopingcontrole als vastgesteld in dit reglement.
10. Indien de betrokken sjoeler/sjoelster weigert het dopingcontroleformulier te ondertekenen, noteert de dopingcontroleofficial deze weigering op het dopingcontroleformulier en stelt een rapportage op. Met deze notitie en rapportage komt een einde aan de dopingcontrole als vastgesteld in dit reglement. Een weigering als hier bedoeld door de betrokken sjoeler/sjoelster kan leiden tot oplegging van tuchtrechtelijke sancties.
11. De door de betrokken sjoeler/sjoelster afgestane urinemonsters zijn eigendom van de Algemene Nederlandse Sjoelbond.

Het vervoer van de urinemonsters

Artikel 10

1. Nadat alle dopingcontroles bij de daartoe aangewezen wedstrijd zijn uitgevoerd, plaatst de dopingcontroleofficial de afgenomen urinemonsters, de door hem/haar opgestelde rapportages, de originele versies van de aanwijzingen tot dopingcontrole en dopingcontroleformulieren, alsmede de voor het dopingcontrolelaboratorium bestemde kopieën van de dopingcontroleformulieren in de voor het vervoer bestemde verpakking.
2. Na afronding van alle formaliteiten als genoemd in lid 1, wordt de aldaar genoemde verpakking door de dopingcontroleofficial zelf, dan wel op een door de dopingcontrole-uitvoerende organisatie te bepalen wijze bij het dopingcontrolelaboratorium aangeboden.

De verzending van de dopingcontroleformulieren

Artikel 11

De dopingcontroleofficial zendt alle voor de Algemene Nederlandse Sjoelbond bestemde kopieën van de in artikel 7 en 9 vermelde formulieren, na afronding van de aldaar genoemde formaliteiten, per ISO-gecertificeerde koerier, dan wel per post aan de dopingcontrole-uitvoerende organisatie.

Het onderzoek van de urinemonsters

Artikel 12

Indien zich op enig moment tijdens het urineonderzoek een vraag of een probleem met betrekking
tot dit onderzoek voordoet, is het dopingcontrolelaboratorium, na uitdrukkelijke toestemming van
de dopingcontrole-uitvoerende organisatie, gerechtigd elke verdere analyse of ander onderzoek uit te
voeren teneinde de ontstane vraag of het probleem te kunnen beantwoorden respectievelijk op te
lossen.

De uitslag van de dopingcontrole

Artikel 13

1. a. Het dopingcontrolelaboratorium stelt de Algemene Nederlandse Sjoelbond zo spoedig mogelijk op de hoogte van de uitslag van het onderzoek van de A-monsters.
b. Het bondsbestuur stelt de betrokken sjoeler/sjoelster zo spoedig mogelijk door middel van een aangetekende brief met bericht van ontvangst op de hoogte van de uitkomst van het onderzoek van het A-monster.
2. In geval van een positieve uitslag van het A-monster heeft de betrokken sjoeler/sjoelster recht op onderzoek van het B-monster. Hiertoe dient binnen tien werkdagen na ontvangst van de in lid 1 van dit artikel genoemde brief een aangetekende brief aan het bondsbestuur te worden gezonden, bij gebreke waarvan de uitslag van het onderzoek van het A-monster definitief en bindend is en als uitslag van de dopingcontrole wordt aangemerkt. Onder werkdagen wordt verstaan al die dagen die niet worden genoemd in artikel 1 juncto artikel 3 van de Algemene Termijnenwet.
3. a. Nadat de brief van de betrokken sjoeler/sjoelster, als genoemd in lid 2, door het bondsbestuur is ontvangen, spant de Algemene Nederlandse Sjoelbond zich er voor in het onderzoek van het B-monster zo spoedig mogelijk door het dopingcontrolelaboratorium te laten plaatsvinden.
b. De betrokken sjoeler/sjoelster en/of zijn vertegenwoordiger, alsmede een vertegenwoordiger van de Algemene Nederlandse Sjoelbond, mogen bij het onderzoek van het B-monster in het dopingcontrolelaboratorium aanwezig zijn. Het onderzoek van het B-monster wordt in hetzelfde dopingcontrolelaboratorium uitgevoerd als waar het onderzoek van het A-monster heeft plaatsgevonden.
4. De uitslag van het onderzoek van het B-monster wordt zo spoedig mogelijk door het dopingcontrolelaboratorium aan de Algemene Nederlandse Sjoelbond medegedeeld. Het bondsbestuur stelt de betrokken sjoeler/sjoelster zo spoedig mogelijk van de uitslag van het onderzoek van het B-monster op de hoogte door middel van een aangetekende brief met bericht van ontvangst.
5. a. Voor zover de uitslag van het onderzoek van het A-monster wordt bevestigd door de uitslag van het onderzoek van het B-monster, wordt de uitslag van het urineonderzoek van het A-monster als uitslag van de dopingcontrole aangemerkt.
b. Voor zover de uitslag van het onderzoek van het A-monster niet wordt bevestigd door de uitslag van het onderzoek van het B-monster, wordt de uitslag van het urineonderzoek van het B-monster als uitslag van de dopingcontrole aangemerkt.

Tuchtrechtelijke behandeling

Artikel 14

1. a. Indien door de uitslag van de dopingcontrole het gebruik van doping, als genoemd in artikel 2 lid 3, wordt vastgesteld, maakt het bondsbestuur bij de tuchtcommissie van de Algemene Nederlandse Sjoelbond een zaak aanhangig. Het bondsbestuur stelt de betrokken sjoeler/sjoelster door middel van een aangetekende brief met bericht van ontvangst op de hoogte van het aanhangig maken van de zaak.
b. De betrokken sjoeler/sjoelster kan tevens bij voornoemde brief met onmiddellijke ingang voorlopig worden uitgesloten van deelname aan alle onder verantwoordelijkheid van de Algemene Nederlandse Sjoelbond georganiseerde wedstrijden tot het moment dat de tuchtcommissie van de Algemene Nederlandse Sjoelbond en eventueel daarna de commissie van beroep van de Algemene Nederlandse Sjoelbond een uitspraak heeft gedaan over de aan de betrokken sjoeler/sjoelster op te leggen sanctie.
2. De procedure als bepaald in het eerste lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing in het geval van overtreding van het bepaalde in artikel 2 lid 2 en lid 5, artikel 7 lid 2, alsmede artikel 9 lid 2, lid 4 sub b en lid 8.
3. Op dit artikel is het tuchtreglement van de Algemene Nederlandse Sjoelbond van toepassing, tenzij in dit reglement anders is bepaald.

Sancties

Artikel 15

Overtreding van het verbod als vermeld in artikel 2 leden 1 en 3, wordt als volgt bestraft:
1.
– diskwalificatie;
– inlevering medaille(s);
– teruggave prijzengeld;
2a. In geval van efedrine, pseudo-efedrine, cafeïne, strychnine, fenylpropanolamine en/of verwante stoffen:
– eerste overtreding: uitsluiting van deelname voor maximaal drie maanden;
– tweede overtreding: uitsluiting van deelname voor twee jaren;
– derde overtreding: een levenslange uitsluiting van deelname.
b. In geval van alle andere verboden farmacologische groepen van dopinggeduide stoffen en/of methoden:
– eerste overtreding: uitsluiting van deelname voor twee jaren;
– tweede overtreding: een levenslange uitsluiting van deelname.

Wijziging dopinglijst bij dit reglement

Artikel 16

Wijziging van de in artikel 2 lid 4 van dit reglement genoemde lijst is van kracht na publikatie van een daartoe door het bondsbestuur genomen besluit. Voorafgaand aan genoemd besluit wint het bondsbestuur advies in bij de dopingcontrolecommissie.

Bewaarplicht

Artikel 17

Het bondsbestuur draagt er zorg voor dat de uitslag van het dopingonderzoek gedurende een periode van tenminste vijf jaren, ingaande op de dag van de desbetreffende urine-afname, met de nodige vertrouwelijkheid wordt bewaard.

Vertrouwelijkheid

Artikel 18

De Algemene Nederlandse Sjoelbond zal, behoudens in die gevallen waarin door de aard van het besluit of door de wijze van het uitoefenen van het toezicht op de naleving van dit reglement uitgesloten is, met het oog op de uitvoering van dit reglement verzamelde informatie, als beschreven in de artikelen 6, 7, 9, 10, 11, 12, 13 en 14, met de nodige vertrouwelijkheid behandelen en omgeven.

Procedurefouten

Artikel 19

Bij afwijking van de in dit reglement voorgeschreven procedures, vormt deze afwijking op zichzelf
geen aanleiding de uitslag van het urineonderzoek terzijde te stellen, tenzij de afwijking van zodanige
aard is dat er sprake kan zijn van beïnvloeding van de uitslag van het urineonderzoek.

Slotbepaling

Artikel 20

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bondsbestuur.